Wat bergen met je doen
Sommige mensen zeggen dat ze de bergen missen.
Maar als je goed luistert, bedoelen ze iets anders.
Ze missen niet de koude ochtenden of de spierpijn in hun benen,
niet de zware rugzak of de slechte nachten in de hut.
Wat ze missen, is wie ze daar zijn.
In de bergen is het leven eenvoudig.
Je wordt wakker met een doel, zonder meldingen of deadlines.
Je zorgen zijn overzichtelijk: water, eten, weer, benen die meewerken.
Je denkt niet te veel na, doet niet alsof,
meet jezelf niet aan prestaties of inkomen.
Je gaat gewoon vooruit, stap voor stap, en dat voelt echt.
In het dagelijks leven wordt alles luider: carrière, verwachtingen, verlangen.
Je moet meer, meer verdienen, sneller gaan.
Terwijl in de bergen ´genoeg´ nog genoeg is.
Een warme maaltijd voelt als beloning,
een vlak pad als een kadootje,
een gedeelde lach dieper dan veel gesprekken thuis.
Daarom voelt thuiskomen vreemd.
Je pakt je tas uit, maar iets blijft verborgen.
Je scrolt door foto’s, probeert te herinneren hoe het was
om zo te ademen, zo te zijn.
Het is geen nostalgie, het is gemis.
Niet naar de bergen, maar naar jezelf, op die berg.
Naar die versie van jezelf die stil is, echt, levend.
En diep van binnen hoop je
dat je die de volgende keer mee naar huis kunt nemen.